Concept EU-verordening voor het DPP-register: wat fabrikanten nu moeten weten

Op 29 april 2026 publiceerde de Europese Commissie haar concept-uitvoeringsverordening voor het centrale register van digitale productpaspoorten. Een feitelijk overzicht voor fabrikanten.

door QR3 Redaktion

Concept EU-verordening voor het DPP-register: wat fabrikanten nu moeten weten

Op 29 april 2026 publiceerde de Europese Commissie het langverwachte concept van de uitvoeringsverordening voor het centrale register van digitale productpaspoorten (DPP). Het document specificeert hoe het centrale register dat door de ESPR-verordening (EU) 2024/1781 is ingesteld, technisch en organisatorisch zou moeten functioneren. Voor fabrikanten, importeurs en distributeurs die producten op de EU-interne markt brengen, vormt het concept de eerste concrete reeks eisen — ook al is het nog niet in werking getreden.

Wat het centrale DPP-register is — en wat het niet is

Een veelvoorkomend misverstand is om het register gelijk te stellen aan het digitale productpaspoort zelf. De twee moeten duidelijk van elkaar worden onderscheiden.

Het centrale register is geen opslagsysteem voor productinformatie. Het slaat uitsluitend drie elementen op:

  • de unieke identificatie (UID) van het product,
  • het resolver-eindpunt — de URL waarnaar het systeem doorverwijst,
  • de bijbehorende goederencode (bijvoorbeeld onder de gecombineerde nomenclatuur).

De feitelijke productgegevens — materiaalsamenstelling, repareerbaarheid, CO2-voetafdruk — blijven bij de marktdeelnemer of een door hen ingeschakelde dienstverlener. Het register functioneert dus als een adresboek, niet als een archief. Wanneer iemand een QR-code op een product scant, komt hij eerst bij het register terecht, dat de UID gebruikt om hem door te verwijzen naar de opgeslagen resolver. Pas daar worden de feitelijke DPP-gegevens geleverd.

Geverifieerde marktdeelnemers als voorwaarde

Het concept bepaalt dat alleen geverifieerde marktdeelnemers vermeldingen in het register mogen aanmaken. De precieze eisen voor dit verificatieproces — bijvoorbeeld of eIDAS-conforme authenticatie verplicht wordt — zijn in het concept nog niet volledig vastgelegd en worden waarschijnlijk tijdens het consultatieproces verduidelijkt. Voor bedrijven betekent dit: als u van plan bent om de registervermeldingen zelf te beheren, moet u zich vroegtijdig met het onboardingproces bezighouden.

Bewaarverplichtingen en levenscycluseisen

De ESPR-verordening vereist dat registervermeldingen ten minste 10 jaar na de laatste keer dat een product op de markt wordt gebracht beschikbaar en actueel blijven. Deze eis is niet triviaal: het betekent dat een fabrikant die een model in 2028 van de markt haalt, de bijbehorende registervermelding en het resolver-eindpunt tot ten minste 2038 moet blijven exploiteren.

Voor bedrijven die hun DPP-infrastructuur vandaag plannen, heeft dit directe gevolgen:

  • Resolverstabiliteit: Het opgeslagen eindpunt moet vele jaren bereikbaar blijven. Kortlevende cloud-instanties of interne ontwikkel-URL's zijn geen geschikte basis.
  • Organisatorische continuïteit: In geval van bedrijfsverkopen, fusies of faillissementen moet duidelijk worden vastgelegd wie de registerverplichtingen overneemt.
  • Gegevensonderhoud: Als de resolver verandert — bijvoorbeeld door een wisseling van dienstverlener — moet de registervermelding worden bijgewerkt; anders leiden scans nergens heen.

Het concept schrijft geen specifieke identificatiesyntaxis voor, maar in de praktijk ontwikkelt GS1 Digital Link zich tot de de-factostandaard voor de UID-structuur. Een GS1 Digital Link codeert de GTIN, het serienummer of het batchnummer rechtstreeks in een URL-compatibele syntaxis — wat de integratie met het registerconcept vereenvoudigt.

Een typische GS1 Digital Link voor een individueel product ziet er als volgt uit:

https://id.example.com/01/04012345678901/21/ABC123

Hier staat 01 voor de GTIN-applicatie-identificatie en 21 voor het serienummer. De resolver op id.example.com kan deze structuur gebruiken om verschillende linktypes aan te bieden — zoals gs1:sustainabilityInfo voor DPP-relevante duurzaamheidsgegevens of gs1:epcis voor traceerbaarheidsgebeurtenissen. Door GS1 Digital Link te gebruiken, kunt u via gestructureerde linktypes naar verschillende datasets routeren zonder ooit de QR-code zelf te wijzigen.

In de praktijk betekent dit dat één enkele QR-code op een product de registervermelding kan bedienen en tegelijkertijd consumenten naar een productpagina kan leiden, reparateurs naar technische documentatie en autoriteiten naar conformiteitsdocumentatie — afhankelijk van de context van het verzoek.

Wat dit betekent voor bestaande QR-code-infrastructuur

Bedrijven die momenteel statische QR-codes gebruiken die rechtstreeks naar een vaste URL verwijzen, zullen die infrastructuur moeten bijwerken. Een statische QR-code die naar een hardgecodeerde product-URL verwijst, kan niet achteraf van registerfunctionaliteit worden voorzien — de code zelf is onveranderlijk. Dynamische QR-codes die via een resolver doorverwijzen zijn veel flexibeler, omdat het doel-eindpunt op elk moment kan worden bijgewerkt zonder de gedrukte code te wijzigen.

Tijdlijn: eerst batterijen, daarna textiel

De concept-registerverordening is geen op zichzelf staand document — het maakt deel uit van een gefaseerde wetgevingsroadmap. De eerste productspecifieke verordeningen treden volgens de ESPR-tijdlijn in 2026 en 2027 in werking, waarbij batterijen en textiel voorop lopen.

Concreet: vanaf augustus 2026 moeten alle batterijen die in de EU worden verkocht zichtbare QR-codes dragen en informatie verstrekken over capaciteit, chemie en gevaarlijke stoffen, zoals vereist door de batterijverordening (EU) 2023/1542. Voor batterijpaspoortverplichtingen die verder gaan dan basisetikettering gelden gefaseerde termijnen, afhankelijk van het batterijtype.

Tegelijkertijd nadert de GS1 Sunrise 2027-deadline — het moment waarop kassasystemen in de detailhandel in staat moeten zijn om 2D-barcodes te lezen. Dit betekent dat merken die de invoering van GS1 Digital Link-QR-codes blijven uitstellen, vanuit twee richtingen tegelijk onder tijdsdruk komen te staan: regelgevingsdruk vanuit de ESPR en de batterijverordening, en commerciële druk vanuit Sunrise 2027.

Openstaande vragen in het concept

Het concept laat verschillende punten onopgelost die in het verdere wetgevingsproces moeten worden aangepakt:

  • Interoperabiliteit tussen nationale registers en het centrale register: Sommige lidstaten bespreken aanvullende nationale registers. Hoe deze met het centrale EU-register zullen samenwerken, is niet gespecificeerd.
  • Aansprakelijkheid bij het uitvallen van de resolver: Wie is aansprakelijk als een registervermelding naar een onbereikbaar eindpunt verwijst — de marktdeelnemer, de resolverexploitant, of niemand?
  • Kosten en toegangsvoorwaarden: Het concept zwijgt over tariefstructuren. Of het register vrij toegankelijk zal zijn of onderworpen aan gebruikskosten, blijft open.

Aanbevelingen voor bedrijven

Het concept heeft nog geen rechtskracht, maar de richting is duidelijk. Bedrijven die nu handelen, vermijden de aanpassingsdruk op het laatste moment:

  1. Bepaal uw identificatiestrategie: Beslis of u GTIN's met GS1 Digital Link of eigen UID's gaat gebruiken. Later migreren is kostbaar.
  2. Bouw resolverinfrastructuur op: Plan een langlevende, onderhoudbare resolveroplossing — geen ad-hocdoorverwijzingen.
  3. Verduidelijk interne verantwoordelijkheden: De bewaarverplichting van 10 jaar is een organisatorische eis, niet alleen een technische.
  4. Volg het consultatieproces: De Commissie zal het concept in de komende maanden openstellen voor publieke reacties. Brancheverenigingen en individuele bedrijven kunnen feedback indienen.

De volgende belangrijke datum voor de sector is de GS1 General Assembly 2026 in Warschau, waar updates van standaarden en vragen over DPP-implementatie naar verwachting op de agenda staan.

De registerverordening is geen randverschijnsel van bureaucratie — het legt het technische fundament voor het hele DPP-ecosysteem in de EU. Bedrijven die hun architectuurbeslissingen nu nemen, zullen in 2027 en 2028 aanzienlijk minder inspanning hoeven te leveren dan degenen die wachten.

Bronnen