Digitaal productpaspoort 2026: wat de ESPR werkelijk voorschrijft

ESPR, batterijpas, EmpCo: een nuchter overzicht van de huidige regelgeving rond het digitale productpaspoort – zonder marketingbeloften.

door QR3 Redaktion

Digitaal productpaspoort 2026: wat de ESPR werkelijk voorschrijft

De zomer van 2026 markeert een keerpunt in de Europese productregelgeving. Terwijl de ESPR-verordening (EU) 2024/1781 het kader voor het digitale productpaspoort (DPP) vastlegt, worden de productspecifieke eisen in gedelegeerde rechtshandelingen steeds concreter – en begint de industrie te beseffen hoe ver de regelgevingstekst en de implementatie in de praktijk uit elkaar liggen.

Wat de ESPR daadwerkelijk voorschrijft – en wat zij openlaat

De ESPR-basisverordening is op een cruciaal punt bewust technologieneutraal gehouden: zij schrijft voor dat het DPP „actuele en nauwkeurige informatie" moet bevatten – zonder frequentie voor updates, zonder servicelevelovereenkomsten en zonder technische specificatie voor het gegevensformaat. Dat is geen vergissing, maar een bewuste aanpak. De Europese Commissie delegeert de gedetailleerde regels aan uitvoeringsverordeningen per productgroep.

Het JRC-gegevensontwerp als maatstaf

Hoe concreet deze gedelegeerde rechtshandelingen kunnen worden, blijkt uit het gegevensontwerp van het Joint Research Centre (JRC) voor staalproducten. Daarin wordt de productspecifieke CO₂-voetafdruk (PCF) expliciet op batchniveau bijgehouden en moet deze met ISO-14067-kompatiblen-methoden worden berekend. Dat betekent: wie vandaag een ERP-systeem zonder batchgranulariteit gebruikt, zal voor staal niet aan de compliance-eisen voldoen – ongeacht hoe elegant de QR-code op het product eruitziet.

Deze discrepantie tussen de kaderverordening en de details van de uitvoering is het centrale misverstand in veel DPP-projecten: de ESPR zelf is niet het probleem. Dat zijn de gedelegeerde verordeningen.

EmpCo-richtlijn als parallel regime

Parallel aan de ESPR geldt sinds 2024 de EmpCo-richtlijn (EU) 2024/825, die misleidende milieuclaims in de B2C-sector verbiedt. Wie in het DPP duurzaamheidsgegevens publiceert die niet met erkende methoden zijn onderbouwd, riskeert daarmee niet alleen regelgevende non-conformiteit volgens ESPR, maar mogelijk ook overtredingen van het mededingingsrecht. De twee regimes zijn niet op elkaar afgestemd – dit is een juridisch grijs gebied dat Ecommerce Europe expliciet aan de orde stelt in zijn standpunt van juni 2026: de vereniging pleit voor flexibele datagranulariteit en een gefaseerde invoering om dubbele lasten te voorkomen.

Batterijpas 2027: de stand van de implementatie

Het digitale batterijpaspoort is het meest uitgewerkte DPP-regime: vanaf 18 februari 2027 is het verplicht voor industriële batterijen, tractiebatterijen en batterijen voor elektrische voertuigen. Dat klinkt als voldoende voorbereidingstijd – maar dat is het niet.

Praktijkproblemen volgens het Minespider-rapport

Het implementatierapport van Minespider uit 2026 identificeert twee centrale praktijkproblemen die door de hele toeleveringsketen heen spelen:

  1. Gegevensfragmentatie: gegevens over grondstoffen, celchemie en recyclingpercentages zijn bij verschillende partijen in verschillende formaten beschikbaar. Er is geen gestandaardiseerde interface die alle stappen met elkaar verbindt.
  2. Dynamische gegevensupdates: de batterijpas moet gedurende de gehele levenscyclus actueel blijven – dus ook na verkoop, hergebruik en het begin van de recycling. Statische databasevermeldingen op het moment van marktintroductie volstaan niet.

Op 24 juni 2026 heeft het BatteryPass-Ready-project een publiek toegankelijke testomgeving gelanceerd waarin bedrijven hun DPP-oplossingen aan de EU-eisen kunnen toetsen. Dat is een belangrijke stap – maar geen vervanging voor de nog uitstaande gedelegeerde verordeningen over concrete gegevensvelden.

Het Britse Department for Business and Trade houdt parallel een consultatie over de EU-batterijregelgeving – een signaal dat ook post-Brexitbedrijven die naar de EU-markt exporteren, de eisen serieus moeten nemen.

Infrastructuur: van regelgevingstekst naar productielijn

Regelgeving is één ding, implementatie iets anders. Twee recente ontwikkelingen laten zien hoe de technische infrastructuur voor DPP-geschikte producten momenteel ontstaat.

Serialisatie op gigaschaal: Driscoll's

Op GS1 Connect 2026 presenteerde Driscoll's samen met Antares Vision Group een project dat de schaalbaarheid van item-level-serialisatie demonstreert: meer dan een miljard Berry-clamshells zijn van unieke identiteiten voorzien en worden momenteel gemigreerd naar volledig GS1 Digital Link-konforme QR-codes. Het project verbindt feedback van consumenten rechtstreeks met traceerbaarheid op boerderijniveau – en laat zien dat de technische infrastructuur voor DPP-achtige toepassingen ook in volumineuze segmenten werkt.

Dit is regelgevend relevant: GS1 Digital Link is het enige internationaal gestandaardiseerde URI-mechanisme waarmee product-ID, batchcode en vervaldatum in één QR-codescan kunnen worden ontsloten – en vormt daarmee de basis voor conforme DPP-implementaties.

Printinfrastructuur: Polytag en DataLase

Een vaak onderschat probleem is het fysiek aanbrengen van QR-codes op lastige verpakkingssubstraten. Het partnerschap tussen Polytag en DataLase richt zich precies daarop: met laserreactieve printtechnologie kunnen GS1-conforme QR-codes duurzaam en uiterst nauwkeurig worden aangebracht op verpakkingen die met conventionele inkjetdruk niet betrouwbaar kunnen worden bedrukt – en dat op productielijnsnelheid. Voor levensmiddelen- en FMCG-producenten die vanaf de DPP-verplichte datum geserialiseerde verpakkingen nodig hebben, is dit een relevante infrastructuurcomponent.

Blockchaingebaseerde benaderingen

Aan de onderkant van het technologiespectrum staat een aankondiging van The Hashgraph Group en Merck: zij hebben een DPP op het Hedera-netwerk geïntroduceerd, dat de fysieke veiligheidsmarkeringen van Merck combineert met cryptografische traceerbaarheid. De aanpak is gericht op ESPR- en EUDR-conformiteit. Of gedecentraliseerde ledgerarchitecturen kunnen voldoen aan de eisen voor beschikbaarheid en actualiseerbaarheid van gegevens gedurende de volledige levenscyclus van het product, blijft een open technische vraag – de verordening zelf schrijft geen opslagarchitectuur voor.

Wat bedrijven nu concreet moeten doen

De regelgeving kan worden onderverdeeld in drie actiegebieden:

1. Productgroep identificeren en tijdshorizon bepalen Niet alle producten vallen tegelijkertijd onder DPP-verplichtingen. Batterijen vanaf februari 2027, textiel en elektronica volgen in latere golven. Wie nu met het JRC-gegevensontwerp voor zijn productgroep werkt, kan gegevenshiaten vroegtijdig dichten.

2. Gegevensarchitectuur voorbereiden op batch- en serienummerniveau De fout van veel eerdere DPP-pilots: zij modelleren de pas op productniveau, niet op exemplaarniveau. Voor de batterijpas is dat onvoldoende. Voor staal eveneens. De vraag is niet „Welke velden heb ik nodig?", maar „Op welk granulariteitsniveau moet ik welke velden bijhouden?"

3. Carrierinfrastructuur standaardiseren GS1 Digital Link is de de-factostandaard voor DPP-conforme QR-codes. Wie vandaag nog propriëtaire QR-codesystemen zonder gestructureerde resolverarchitectuur gebruikt, bouwt technische schuld op. De migratie – zoals bij Driscoll's te zien is – is haalbaar, maar complex. Tools zoals de Bulk-import in qr3.app kunnen de overgang voor middelgrote productportfolio's versnellen.

Open vragen en vooruitblik

EuroCommerce heeft voor 19 juni 2026 een webinar aangekondigd dat ingaat op de bedrijfslogica achter het DPP – in het bijzonder de spanning tussen transparantievereisten en gegevensbescherming. Dat is kenmerkend voor de huidige stand van zaken: de verordening is vastgesteld, de implementatiedetails zijn in ontwikkeling en de industrie zoekt nog naar het economische model dat compliance met meerwaarde combineert.

Wat zeker is: het DPP komt eraan, het wordt per productgroep geconcretiseerd en het zal dynamisch gegevensbeheer vereisen. Wie dit als een puur complianceproject behandelt, zal de infrastructuurkosten onderschatten. Wie het als een datastrategie beschouwt, krijgt de kans om traceerbaarheid en klantcommunicatie op een gemeenschappelijke technische basis op te bouwen.