18 februari 2027: wat fabrikanten te wachten staat
Op 18 februari 2027 loopt de overgangsperiode af voor een van de meest ingrijpende digitaliseringsverplichtingen uit het EU-industriebeleid: vanaf deze datum moeten industriële batterijen, tractiebatterijen voor elektrische voertuigen en stationaire opslagsystemen vanaf 2 kWh zijn voorzien van een digitaal batterijpaspoort (DBP). De rechtsgrondslag wordt gevormd door de Batterijverordening (EU) 2023/1542, aangevuld door de overkoepelende ESPR-verordening (EU) 2024/1781.
Wat op het eerste gezicht lijkt op een extra complianceformulier, is in de praktijk een complex probleem op het gebied van gegevensbeheer en infrastructuur — met gevolgen voor de volledige waardeketen, van de winning van grondstoffen tot de recyclingfaciliteit.
Verplichte gegevensvelden: wat het paspoort daadwerkelijk moet bevatten
Productspecifieke CO₂-voetafdruk op batchniveau
Een van de technisch meest veeleisende vereisten is de vermelding van de productspecifieke CO₂-voetafdruk (PCF). Een verduidelijking uit het JRC-ontwerp van de Europese Commissie is daarbij doorslaggevend: de PCF-vermelding mag niet op modelniveau worden geaggregeerd — deze moet daadwerkelijk batchspecifiek zijn en worden berekend volgens ISO-14067-compatibele methoden.
In de praktijk betekent dit: wie tot nu toe een gemiddelde emissiewaarde per modelreeks rapporteerde, moet zijn gegevensverzameling fundamenteel aanpassen. Elke productiecharge krijgt een eigen CO₂-kengetal, dat in het paspoort raadpleegbaar moet zijn.
Dynamische statusgegevens voor de markt voor tweede gebruik
Voor hergebruikte batterijen schrijft de verordening voor dat statusgegevens zoals State of Health (SoH) en State of Charge (SoC) dynamisch moeten kunnen worden bijgewerkt — omdat deze waarden gedurende de levenscyclus van een batterij voortdurend veranderen. Een statische QR-code die eenmalig bij de productie wordt beschreven, volstaat daarvoor niet.
Hier wordt de structurele uitdaging duidelijk: het paspoort is geen document, maar een levend gegevensobject. Technisch vereist dit een backendinfrastructuur die jarenlang schrijfbewerkingen mogelijk maakt en tegelijkertijd de gegevensintegriteit waarborgt.
Overzicht van overige verplichte velden
De verordening schrijft onder meer het volgende voor:
- Herkomst en samenstelling van de gebruikte grondstoffen (waaronder kobalt, lithium, nikkel en lood)
- Gegevens over gevaarlijke stoffen
- Capaciteit, nominale spanning en verwachte levensduur
- Informatie over repareerbaarheid en demontage
- Informatie over terugname en recyclingpercentages
Normenkader: EN 18216 tot en met EN 18223 bepalen de technische standaard
Op 25 juni 2026 organiseerden CEN en CENELEC een openbaar webinar over de introductie van de eerste zes gepubliceerde Europese normen (EN 18216 tot en met EN 18223), die zijn opgesteld door het Joint Technical Committee JTC 24. Deze normen definiëren het productagnostische kader voor de implementatie van het EU Digital Product Passport — oftewel de sectoroverstijgende vereisten die voor alle productcategorieën gelden, niet alleen voor batterijen.
De normen behandelen onder meer:
- Interoperabiliteit: hoe gegevens tussen verschillende systemen en actoren worden uitgewisseld
- Gegevensconsistentie: welke minimumvereisten gelden voor gegevenskwaliteit en -actualiteit
- Systeemarchitectuur: hoe gedecentraliseerde en centrale componenten samenwerken
Parallel hieraan is op internationaal niveau ISO/IEC JTC 5 actief, dat een wereldwijd geharmoniseerd normenkader voor DPPs ontwikkelt. GS1 China is onlangs benoemd tot Chinees spiegelcomité voor JTC 5 — een signaal dat de DPP-standaardisatie al lang geen uitsluitend Europese aangelegenheid meer is.
Voor fabrikanten die hun producten ook buiten de EU op de markt brengen, is dit relevant: wie nu kiest voor EU-conforme architecturen, moet nagaan of deze compatibel zijn met de opkomende ISO/IEC-structuren.
Implementatiestatus: twee kernproblemen domineren de praktijk
Gegevensfragmentatie in de toeleveringsketen
Het Minespider-implementatierapport 2026 analyseert de huidige compliance-status en benoemt twee problemen die door de volledige waardeketen heen spelen.
Het eerste is gegevensfragmentatie: grondstofgegevens bevinden zich bij de mijnexploitant, verwerkingsgegevens bij de raffinaderij, celgegevens bij de celproducent en packgegevens bij de OEM. Geen van deze actoren heeft momenteel volledig zicht op alle voor het DBP vereiste velden. Het samenvoegen van deze gegevens tot één coherent paspoortobject vereist bilaterale overeenkomsten voor gegevensuitwisseling of een gezamenlijke platforminfrastructuur.
Dynamische gegevensupdates als technische hindernis
Het tweede probleem: dynamische gegevensupdates. Terwijl statische productgegevens (model, chemie, fabrikant) eenmalig kunnen worden vastgelegd, moeten SoH-waarden, laadcycli en reparatiehistorieken gedurende de volledige gebruiksduur worden bijgehouden. Dit vereist dat alle actoren die een batterij tijdens haar levensduur aanraken — werkplaatsen, leasemaatschappijen en recyclers — schrijfrechten op het paspoortobject krijgen of op zijn minst gegevens aan de paspoorthouder kunnen doorgeven.
BatteryPass-Ready heeft op 24 juni 2026 een openbare testomgeving gelanceerd waarmee bedrijven hun DBP-oplossingen aan de hand van de wettelijke vereisten kunnen valideren. Dat is een praktisch hulpmiddel — maar het lost het probleem van de gegevensverwerving niet op.
Het centrale DPP-register: open vragen over de infrastructuur
De Europese Commissie werkt aan een centraal DPP-register waarin paspoorten moeten worden geregistreerd en vindbaar gemaakt. De brancheorganisatie Orgalim heeft hierover aanbevelingen gepubliceerd, waaronder eisen voor geautomatiseerde registratieprocessen met een hoog volume en bedrijfszekerheid.
De achtergrond: alleen al in het batterijsegment worden jaarlijks miljoenen eenheden geproduceerd. Een register dat handmatige invoer of synchrone API-aanroepen zonder fouttolerantie vereist, zou operationeel niet haalbaar zijn. Orgalim pleit daarom voor asynchrone registratiemechanismen, duidelijke SLA-vereisten en fallbackscenario's voor het geval het register uitvalt.
Het is nog onduidelijk hoe het register technisch wordt geïmplementeerd en welke identificatoren het als primaire sleutel accepteert. Voor systemen die zijn gebaseerd op GS1 Digital Link en GTINs zou native ondersteuning van deze standaarden wenselijk zijn — ze zijn nu al ingeburgerd in de logistiek en maken machineleesbare productidentificatie via QR-codes mogelijk.
Verificatie en etikettering: nieuwe oplossingen op de markt
Naast het gegevensbeheer is ook de fysieke koppeling tussen product en paspoort een zelfstandig probleem. Securikett heeft met zijn Codikett-2.0-platform een fraudebestendige etikettenoplossing geïntroduceerd die cryptografische handtekeningen koppelt aan het fysieke label. De aanpak is erop gericht vervalsing en latere manipulatie van de paspoortlink te bemoeilijken.
Bureau Veritas en Circulor hebben een strategisch partnerschap aangekondigd dat inspectiediensten combineert met traceerbaarheid in de toeleveringsketen. Het model: Bureau Veritas neemt de fysieke inspectie en certificering voor zijn rekening, terwijl Circulor het digitale gegevensbeheer en de paspoortinfrastructuur levert.
Wat bedrijven nu moeten doen
Uit een DIN/DKE-enquête in het kader van het 14e Duitse normenpanel is gebleken dat bedrijven grote behoefte hebben aan duidelijke oriëntatie — de complexiteit van de wettelijke vereisten overstijgt vaak de interne capaciteit om deze te interpreteren.
Voor fabrikanten en importeurs is de volgende aanpak concreet aan te bevelen:
- Gegevensinventarisatie: welke verplichte velden kunnen vandaag al vanuit bestaande systemen (ERP, PLM, MES) worden gevuld — en welke niet?
- Toeleveringscontracten controleren: zijn leveranciers contractueel verplicht om batchspecifieke CO₂-gegevens en bewijzen van herkomst van grondstoffen te leveren?
- Technische architectuur vastleggen: centraal versus gedecentraliseerd gegevensmodel, interfaces met het toekomstige EU-register, schrijfrechten voor derden op de markt voor tweede gebruik.
- Conformiteit met normen waarborgen: de reeks EN 18216 tot en met 18223 definieert minimumvereisten — systemen moeten aan deze normen worden gevalideerd, idealiter via testomgevingen zoals BatteryPass-Ready.
- Identificatiestrategie bepalen: identificatie op basis van GTIN via GS1 Digital Link is vandaag de meest verbreide standaard voor machineleesbare productidentificatie en zal naar verwachting door het EU-register worden ondersteund.
18 februari 2027 is dichterbij dan het lijkt — en implementatieprojecten die vandaag nog niet zijn gestart, zullen moeite hebben om op tijd te worden afgerond.